Kamer 412, een zakenhotel aan de rand van Frankfurt, eind augustus. Buiten was het nog 27 graden toen ik om half elf binnenkwam, binnen voelde het nauwelijks koeler. Het paneeltje naast de deur gaf 21 graden aan als ingestelde waarde. Ik drukte op het pijltje omlaag. Niets. Nog een keer. Het getal knipperde even en sprong terug naar 21. Het ding was niet stuk, het deed precies wat het moest doen: het hotel had de ondergrens vastgezet, en ik zat er als gast aan vast.
Dat is geen toeval en ook geen zuinigheid van één hotelmanager. Steeds meer hotels in Europa programmeren hun klimaatsystemen met een vaste bandbreedte, meestal van 21 tot 25 graden, soms van 20 tot 26. De reden is vooral geld en energie. Een airco die de hele nacht probeert een kamer op 17 graden te krijgen terwijl het buiten 27 is, draait onafgebroken op vol vermogen. Per kamer lijkt dat mee te vallen, maar een hotel met tweehonderd kamers ziet het direct terug op de energierekening. Daar komt bij dat veel ketens duurzaamheidsdoelen hebben afgesproken en certificaten als Green Key willen behouden, waarbij het energieverbruik per overnachting telt. Een begrenzing op de thermostaat is dan de makkelijkste knop om aan te draaien, letterlijk.
Er speelt nog iets. Veel moderne hotels werken met een centraal systeem dat per verdieping of per gevelzijde koelt of verwarmt. In het tussenseizoen, zoals nu eind september, kan zo'n installatie soms maar één kant op: of iedereen krijgt koeling, of iedereen krijgt warmte. De display op je kamer laat je dan wel een getal kiezen, maar het systeem erachter kan niet zomaar voor jouw kamer iets anders doen dan voor de rest van de gang. Dat verklaart ook waarom een kamer soms warmer aanvoelt dan wat er op het schermpje staat. Een ingestelde 21 graden is een doel, geen garantie.
Wat je er zelf aan kunt doen
Het eerste en eenvoudigste: bel de receptie. Het klinkt te voor de hand liggend, maar in veel hotels kan de technische dienst de grenzen voor één kamer wel degelijk aanpassen, of je een ventilator brengen. Een staande ventilator is bij de meeste ketens gewoon op voorraad, juist omdat ze weten dat gasten klagen. Vraag er gerust om, ook midden in de nacht. Lukt dat niet, vraag dan naar een kamer aan de noordkant of op een lagere verdieping. Kamers op het zuiden en direct onder het dak warmen overdag het meest op en koelen 's nachts het slechtst af.
Tweede punt: kijk of het raam open kan. In veel hotels kan dat alleen op een kier, en bij sommige systemen schakelt de airco automatisch uit zodra het raam opengaat. Dat is een bewuste instelling om te voorkomen dat je de buitenlucht staat te koelen. Test het dus even voordat je de hele nacht met een open raam en een uitgeschakelde airco ligt. Verder helpt het meer dan je denkt om overdag de gordijnen dicht te houden en het bord "niet storen" op te hangen, zodat de kamer niet door het schoonmaakteam wordt opengegooid in de volle zon.
En dan de sleutelkaart. Veel kamers schakelen de airco pas in als de kaart in de houder bij de deur zit. Kom je 's avonds terug in een kamer die de hele dag zonder koeling heeft gestaan, dan duurt het soms een uur of langer voordat 21 graden werkelijk gehaald wordt. Een truc die vaak wordt genoemd is een tweede kaart in de houder laten zitten, maar dat werkt niet altijd, omdat moderne systemen alleen de kaart van jouw kamer herkennen. Vraag dan liever of het klimaatsysteem al vanaf een vast tijdstip kan aanslaan.
Wie in een warm land of in de zomer echt koel wil slapen, doet er goed aan vooraf even te mailen of te bellen en te vragen hoe de airco is ingesteld. Een eerlijk antwoord als "tussen 21 en 25 graden" zegt meer dan de foto's op de website. In Frankfurt heb ik uiteindelijk om een ventilator gevraagd. Die stond tien minuten later voor de deur. Niet elegant, wel effectief.